verb forms of ontrieven

Gebrauch -
Trennbar -
Tegenwoordig en verleden deelwoord ontrievend
und ontriefd


  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens ontrief ontrieft ontrieft ontrieven ontrieven ontrieven
Imperfect ontriefde ontriefde ontriefde ontriefden ontriefden ontriefden
Toekomende tijd I zal ontrieven zult ontrieven zal ontrieven zullen ontrieven zullen ontrieven zullen ontrieven
Conditionalis I zou ontrieven zou ontrieven zou ontrieven zouden ontrieven zouden ontrieven zouden ontrieven
Perfectum heb ontriefd hebt ontriefd heeft ontriefd hebben ontriefd hebben ontriefd hebben ontriefd
Voltooid verleden tijd had ontriefd had ontriefd had ontriefd hadden ontriefd hadden ontriefd hadden ontriefd
Toekomende tijd II zal ontriefd hebben zult ontriefd hebben zal ontriefd hebben zullen ontriefd hebben zullen ontriefd hebben zullen ontriefd hebben
Conditionalis II zou hebben ontriefd zou hebben ontriefd zou hebben ontriefd zouden hebben ontriefd zouden hebben ontriefd zouden hebben ontriefd
Imperatief - ontrief - - ontrieft -

« ontrieven »


synonyms ontrieven · translations ontrieven

Look up ontrieven in Dutch dictionary for verbs and conjugation.

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000