verb forms of losraken

Gebrauch -
Trennbar los
Tegenwoordig en verleden deelwoord losrakend
und losgeraakt


  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens raak los raakt los raakt los raken los raken los raken los
Imperfect raakte los raakte los raakte los raakten los raakten los raakten los
Toekomende tijd I zal losraken zult losraken zal losraken zullen losraken zullen losraken zullen losraken
Conditionalis I zou losraken zou losraken zou losraken zouden losraken zouden losraken zouden losraken
Perfectum ben losgeraakt bent losgeraakt is losgeraakt zijn losgeraakt zijn losgeraakt zijn losgeraakt
Voltooid verleden tijd was losgeraakt was losgeraakt was losgeraakt waren losgeraakt waren losgeraakt waren losgeraakt
Toekomende tijd II zal losgeraakt zijn zult losgeraakt zijn zal losgeraakt zijn zullen losgeraakt zijn zullen losgeraakt zijn zullen losgeraakt zijn
Conditionalis II zou zijn losgeraakt zou zijn losgeraakt zou zijn losgeraakt zouden zijn losgeraakt zouden zijn losgeraakt zouden zijn losgeraakt
Imperatief - raak los - - raakt los -

« losraken »


synonyms losraken · translations losraken

Look up losraken in Dutch dictionary for verbs and conjugation.

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000